Kritische Prestatie Indicatoren helpen boeren effectief te verduurzamen

De biodiversiteit loopt fors terug. Dat waarneembare feit vraagt om gerichte tegensturing. Chris Koopmans, Programmacoördinator Bodem en Klimaat, en Jan-Paul Wagenaar, Programmacoördinator Duurzame Veehouderij & Agrobiodiversiteit, zijn namens het Louis Bolk Instituut betrokken bij de ontwikkeling van Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) ter bevordering van biodiversiteit en de kringlooplandbouw. KPI’s geven boeren en andere stakeholders cruciale informatie over concrete doelen en maken daarmee biodiversiteit of kringlooplandbouw meetbaar en stuurbaar. De weg ernaartoe laat juist veel vrijheid aan de invulling door de boer, concrete maatregelen worden immers niet voorgeschreven. Samen met partijen uit het bedrijfsleven, maatschappelijke veld en wetenschap wordt volop gewerkt aan het ontwikkelen en verfijnen van KPI’s. ‘Belangrijk aspect is dat er beloningssystemen aan gekoppeld worden, zodat boeren een krachtige prikkel krijgen om gericht te verduurzamen op basis van een gezond verdienmodel.’

Hoewel we standaard spreken van de bevordering van biodiversiteit komt de uitdaging op het bordje van boer en maatschappij feitelijk neer op het herstellen wat al verloren ging aan diversiteit van planten en dieren. De systematiek die de doelen voor dat herstel op eenduidige wijze vormgeeft, bestaat al voor de melkveehouderij. Want het door het Louis Bolk Instituut ontwikkelde Conceptueel Kader Biodiversiteit, dat in 2013 verscheen, vormde de inhoudelijke basis voor de ontwikkeling van de Biodiversiteitsmonitor Melkveehouderij. Het besef dat een goed doordachte systematiek kan helpen om de biodiversiteit effectief te bevorderen, bestaat dus al een tijdje maar het proces kost veel tijd en de onderbouwing veel onderzoek. Bij dat proces spelen verschillende vragen een rol. Hoe vind je een balans tussen de indicatoren, zodat de biodiversiteit beter wordt maar dit niet ten koste gaat van andere doelen waar we voor staan? En hoe sluit je optimaal aan bij de agrarische ondernemers die ook daadwerkelijk met die systematiek willen gaan werken?

Stakeholders van formaat

Bij KPI’s draait het in belangrijke mate om het vaststellen van de doelen waarbij de boer vrij wordt gelaten om zelf de maatregelen te kiezen om die doelen te bereiken. Dan gaat het om doelen rond bijvoorbeeld bodemkwaliteit, biodiversiteit, waterkwaliteit en efficiënt gebruik van nutriënten. Hoe belangrijk dergelijke vraagstukken zijn, blijkt mede uit het lijstje van partijen die inmiddels bij de ontwikkeling van de KPI-systematiek betrokken zijn. WNF, Friesland Campina en Rabobank leverden daarin al vanaf het eerste uur hun aandeel, vertelt Wagenaar. ‘De onderzoeksfase van 2013 tot 2017 is vooral gaan zitten in het neerzetten van een basis voor een goede systematiek. Vervolgens ging de vraag spelen: hoe krijg je de ontwikkelde set KPI’s ook goed werkbaar, zodat ze praktisch bruikbaar worden? Met die vraag houden we ons de laatste jaren vooral bezig.’

Werkbaarheid is gebaat bij een eenduidige interpretatie van KPI’s, maar daar ontstaat soms nog wel debat over. Friesland Campina past al een set KPI’s toe in zijn duurzaamheidsprogramma ‘On the way to planet proof’ waarmee melkveehouders werken. De KPI op kruidenrijk grasland, onderdeel van die set, is een voorbeeld van interpretatieve dynamiek. Wagenaar: ‘Daar speelt de vraag of je bij kruidenrijk praat over zes of over meer dan vijftien soorten. Uiteindelijk komt men op dergelijke vraagstukken wel tot een werkbare conclusie, maar het leert ook dat je in de praktijk soms wat leniger moet zijn dan in de wetenschap. Uiteindelijk worden KPI’s immers gebruikt in verschillende landbouwgebieden en op verschillende grondsoorten. Omstandigheden die soms vragen om een nét iets andere invulling.’

Eiwit van eigen land

Een andere KPI die tot discussie aanleiding gaf, is het zogenoemde ‘eiwit van eigen land’. Die indicator is erop gericht dat je eiwit import uit verre landen vermindert en dat, doordat je mest- en grasproductie als melkveehouder goed op orde krijgt, het merendeel van het benodigde voereiwit van je eigen land komt. Wagenaar: ‘Veel boeren dachten bij introductie van deze parameter ‘maar wat gaan we hier nu allemaal doen?’. Dat is begrijpelijk wanneer je beseft dat dit van sommige boeren vergt dat ze fundamenteel andere keuzes gaan maken in hun bouwplan. Boeren die een redelijk aandeel maïs verbouwen, komen bijvoorbeeld moeilijk aan de drempelwaarde van 65 procent die deze KPI vereist. ‘Eiwit van eigen land’ heeft dus best wat voeten in de aarde.’ Hoe je precies met KPI’s moet werken, is dan ook een voortgaande bron van debat. Dat leverde het inzicht op dat per sector en per regio soms net een wat ander accent moet worden toegepast bij de invulling van KPI’s.

Al die individuele KPI’s zijn belangrijk beaamt Koopmans, maar het gaat uiteindelijk om integraliteit. ‘Daarom ontwikkelden we ook sets met KPI’s. Je gaat als akkerbouwer pas een deuk in een pakje boter slaan wanneer je werkt aan het invullen van met elkaar samenhangende KPI’s. Want het focussen op een individuele KPI zet geen zoden aan de dijk voor biodiversiteit. In ecosystemen hangt alles immers met alles samen.’

Verduurzamen mét een belegde boterham

Naast het praktisch werkbaar krijgen van een kernset KPI’s is er nog een factor die boeren de cruciale push kan geven naar het werken daarmee, namelijk de financiële beloning of het verdienmodel. Voor Koopmans en Wagenaar, die conform de filosofie van het Louis Bolk Instituut boeren willen helpen te verduurzamen én een goede boterham te verdienen, is dat een belangrijk punt van aandacht. Hoewel concrete oplossingen hier nog niet altijd direct voorhanden zijn, wordt er al wel met verschillende modellen geëxperimenteerd, vertelt Wagenaar. ‘Friesland Campina probeerde die financiële prikkel erin te leggen door met boeren af te spreken dat als ze een bepaalde KPI-score haalden, ze een paar cent meer zouden krijgen voor een liter melk. Dat vond bij boeren uiteraard weerklank, want als je veel liters verkoopt gaat dat behoorlijk hard. Maar die financiële bonus per liter is uiteindelijk wel gekoppeld aan een navenante afname, waardoor niet alle melkveehouders die kwalificeren ook mee kunnen doen. Consumenten moeten immers wel bereid zijn de meerprijs voor deze melk te betalen.’

Het onderstreept het belang van samenwerking. Zonder dat gaat verduurzaming, ondanks doorontwikkelde en werkbare sets KPI’s, geen hoge vlucht nemen. Dat is althans de overtuiging van Wagenaar en Koopmans. ‘Alle ketenpartijen moeten hun bijdrage leveren om verduurzaming tot een succes te maken, óók de consument. Momenteel zijn het vooral (semi-)overheden die middels subsidies actief zijn op het gebied van beloningen.’ Maar ook als een goede beloningssystematiek voorlopig op zich laat wachten, valt aan verduurzaming niet te ontkomen, want de noodzaak is simpelweg te groot. Daarbij speelt consistent beleid als prikkel ook een rol, waarbij volgens Koopmans twee dingen belangrijk zijn. ‘Ten eerste moeten beleid en beloning de komende tien tot twintig jaar wel consequent een bepaalde kant opwerken, zodat aan boeren zowel een goede prikkel als een duidelijk handelingsperspectief wordt geboden. Zo’n integraal beleid waarin duurzaamheidsdoelen en de praktische haalbaarheid daarvan op elkaar zijn afgestemd, moet bovendien voldoende ruimte aan agrarische ondernemers laten om hun beslissingen hierin te nemen. Ook die ruimte is cruciaal.’

Wagenaar hoopt dat meer agrarische ondernemers de stap zullen zetten naar het gebruik van KPI’s. ‘Als je begint met een kleine set van KPI’s, die integraal dezelfde kant opwerken en waar iedereen het over eens is dat daar wat mee moet, dan merk je snel genoeg dat je daarmee een functioneel instrument voor verduurzaming in handen hebt. Ze helpen je immers om meetbaar te maken waar je vertrekt. En daarnaast hoe gedurende de periode dat je dergelijke KPI’s in je bedrijfsvoering inbedt, die gaan bewegen richting positievere scores. Dat werkt niet alleen inspirerend maar biedt ondernemers ook houvast.’ Laatst sprak Wagenaar voor een groep weidevogelboeren in Friesland. ‘Ik vertelde ze dat als ze duurzame resultaten niet hardmaken en niet aansluiten bij het denken in KPI’s, ze de boot missen. Want juist door KPI’s slim te gebruiken, kun je behaalde resultaten ook hardmaken. Zo wordt stimulering van biodiversiteit concreet en kun je heel gericht op biodiversiteitsdoelen sturen. Uiteindelijk is dat ook de route naar afrekenbaarheid en de beloning die daarbij hoort. Daarmee is die zakelijke kringloop van investeren en verdienen mooi rond.’ 

Meer informatie