De focus op gezondheidsbeleving brengt oplossingen dichterbij

Door te focussen op de persoonlijke beleving van hinder en gezondheid, in plaats van op harde data, haalt het Louis Bolk Instituut andere informatie naar boven. Dat blijkt de sleutel te zijn voor een open dialoog. Dit belangrijke inzicht kwam uit een onderzoek naar Positieve Gezondheid en Leefomgeving onder leiding van Sjef Staps, in samenwerking met GGD Hart voor Brabant. De ontwikkelde integrale en participatieve werkmethode en app zijn bruikbaar voor verschillende situaties waarin van uiteenlopende soorten hinder sprake kan zijn.

Het oosten van Noord-Brabant huisvest bij uitstek veel intensieve veehouderij. Tel daarbij op dat, ondanks verleende vergunningen, daar de nodige hinder wordt ervaren, en je hebt een interessant gebied te pakken voor onderzoek naar Positieve Gezondheid en Leefomgeving. Staps: ‘We constateerden dat vergunningverlening en beleving door omwonenden niet goed op elkaar aansloten en hebben daarom met de GGD Hart voor Brabant een project gedraaid met casussen die speelden in buurtschap De Elzen in Boekel en in het buurtschap Noordkant-Zandkant in Sint Anthonis. Daar was sprake van geurhinder. Wij zijn de boer op gegaan en zijn het gesprek met veehouders en omwonenden aangegaan.’

1 app

Die gesprekken waren informatief, maar een belangrijke aanvullende databron bleek de app te zijn die het Louis Bolk Instituut en de GGD door een ICT-partner lieten ontwikkelen en waarmee omwonenden gedurende een periode van enkele weken onder andere konden bijhouden welke hinder ze ervoeren en in welke mate. ‘Er kwamen daarmee tevens andere bronnen van overlast naar voren, bijvoorbeeld geluid, verkeer en een verhoogde hoeveelheid vliegen’, zegt Staps. Bovendien konden bewoners aangeven hoe zij hun gezondheid beleefden. Op basis van de gebruikerservaringen van bewoners in De Elzen en in Noordkant-Zandkant werd de app tussentijds steeds verder verbeterd.

Het onderzoek, dat inmiddels is afgerond, onderscheidde zich doordat het zich richtte op de beléving van hinder en gezondheid. ‘Voorheen werd vaak volstaan met het in kaart brengen van de milieusituatie op basis van gemeten waarden voor bijvoorbeeld geureenheden en fijnstof. Daar hebben wij op voortgebouwd, alleen wilden we middels de vragenlijst in de app precies van bewoners weten waar ze welke overlast ervoeren. Zo konden we de gemeten waarden naast de beleving van hinder en gezondheid leggen. Op basis van de data uit de app konden we grafieken maken en deze plaatjes blijken erg behulpzaam bij de gesprekken met veehouders en omwonenden.’ Zo lieten de app-resultaten zien dat mensen bij ernstig ervaren hinder hun ervaren gezondheid veel lager scoren. ‘Dit is een belangrijk resultaat, omdat geurhinder in discussies nogal eens terzijde wordt geschoven (‘oh, dat is maar geurhinder’). Geurhinder op zichzelf werd zodoende niet zo gauw als een groot probleem gezien.’

4 parameters op 6 domeinen

Bij het onderzoek werd gewerkt met vier parameters op zes domeinen, legt Staps uit. ‘De vier parameters hadden betrekking op de hinder, namelijk op de aard, mate, frequentie en duur daarvan. De zes domeinen van Positieve Gezondheid zijn eerder bij het Louis Bolk Instituut door Machteld Huber ontwikkeld. Het betreft lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, sociaal maatschappelijk participeren, kwaliteit van leven, dagelijks functioneren en zingeving. In de app konden omwonenden aan elk van die gezondheidsdomeinen regelmatig voor zichzelf een cijfer toekennen. Zo ontstond een accuraat beeld van hoe hinder en gezondheid door de tijd heen werden ervaren.’

3 stappen naar effectieve interventie

De integrale en participatieve aanpak die bij het onderzoek in oostelijk Noord-Brabant centraal stond, kenmerkt ook algemeen de werkwijze van het Louis Bolk Instituut. Dat geldt tevens voor de intensieve communicatie die daarbij hoort. Bij de door het Louis Bolk Instituut uitgevoerde interviews, en met de GGD georganiseerde workshops en gespreksbijeenkomsten met omwonenden en veehouders, waren ook de gemeenten betrokken. Dat je alle stakeholders erbij betrekt, is onderdeel van de integrale aanpak en geeft de beste basis voor succes, aldus Staps. ‘De werkwijze bestaat uit drie fasen. Ten eerste keken we wat omwonenden als knelpunten ervoeren. Ten tweede keken we naar de kwaliteiten van het gebied én van de deelnemers die benut konden worden om de overlast effectief aan te pakken. Tot slot keken we gezamenlijk naar concrete oplossingsrichtingen. Daarbij namen we alle betrokkenen mee door het hele proces.’

Universeel toepasbaar

Het gesprek tussen omwonenden en veehouders kwam door de gekozen benadering opvallend goed op gang. ‘Wij hebben gezien dat als je puur op basis van feitelijke data praat, partijen de hakken in het zand kunnen zetten en het gesprek moeizamer verloopt. Praat je daarentegen over hinder- en gezondheidsbeléving, dan kan zich echt een dialoog openen, en daarmee is de basis voor oplossingen eigenlijk al gelegd.’

Het belang van het onderzoek lijkt de Brabantse casussen ruimschoots te overstijgen, want de gekozen werkwijze en invalshoek zijn ook bruikbaar in andere gevallen van overlastbeleving. Sterker nog; wethouders die bij het project betrokken waren, opperden dat zelf al, zegt Staps. ‘Dit kan uiteraard ook werken als het gaat om geluidshinder, industrieel uitgestoten fijnstof of het plaatsen van 5G-masten of windmolens. Het toepassingsgebied is met andere woorden veel breder dan alleen ervaren overlast van veehouderijen.’ 


Meer informatie