Berg aan uitdagingen vraagt om integrale gebiedsaanpak

Het is een besef dat bij steeds meer partijen doordringt: problemen proberen op te lossen op perceelsniveau is lang niet altijd effectief. Veel uitdagingen in het landelijk gebied kunnen beter integraal worden aangegaan in een gebiedsproces. Het Louis Bolk Instituut is daarbij de ideale spin in het web, die thema’s en mensen verbindt.

Veel problemen op het platteland worden aangepakt met maatregelen door een enkele boer en op een enkel perceel. Maar bij veel thema’s - of het nou gaat om stikstof, biodiversiteit of waterkwaliteit - blijkt steeds meer dat het grotere plaatje ertoe doet en dat inzicht in de samenhang in een gebied van belang is.

Dat ontdekte ook Louis Bolk Instituut-onderzoeker Joachim Deru in zijn promotieonderzoek naar biodiversiteit van landbouwbodems in het westelijke veenweidegebied. Hij onderzocht de bodembiodiversiteit op verschillende agrarische graslanden, maar ook op graslanden van natuurbeheerders. Op perceelsniveau bleken agrarische gronden meer diversiteit aan bodemleven te bevatten dan natuurgraslanden. Wanneer alle onderzochte percelen op gebiedsniveau werden samengenomen, kwamen natuurgraslanden beter uit de bus. Ook keek Deru specifiek naar de aanwezigheid van regenwormen, belangrijk voedsel voor weidevogels. De agrarische gronden bleken daarin weer meer te bieden te hebben. ‘Boeren uit het onderzoeksgebied gaven aan dat veel weidevogels broeden in natuurgebieden, maar voedsel zoeken op de landbouwgronden. De natuurgraslanden bieden de jongen veel beschutting en voedsel in de vorm van insecten, de volwassen vogels komen wormen halen in de bemeste landbouwgronden’, aldus Deru. ‘Mijn onderzoek laat zien dat het heel erg uitmaakt op welk niveau je naar biodiversiteit kijkt, maar meer nog: dat een groep als de weidevogels juist zeer gebaat is bij een combinatie van landgebruik in een gebied. Allemaal redenen om een gebied in zijn geheel te onderzoeken en maatregelen ook in gezamenlijkheid te nemen.’

Rol voor Louis Bolk Instituut

Er zijn veel meer thema’s die een integrale gebiedsaanpak vragen. ‘Water is ook een typisch thema dat je op een hoger schaalniveau moet regelen’, zegt Merel Hondebrink, die vanuit het Louis Bolk Instituut collega’s en projecten met gebiedsaanpak coördineert. ‘Je kunt als boer bijvoorbeeld wel een bufferstrook aanleggen om te zorgen dat mest niet in de sloot terechtkomt, maar als daarnaast een kippenhouder er zijn uitloop heeft, is het effect kleiner. Als je dat samen aanpakt kom je veel verder.’ Ook moeten verschillende thema’s tegelijk worden meegenomen, meent Hondebrink. ‘Tot nu toe probeerde iedereen zijn eigen probleem op te lossen. Stikstof los van waterkwaliteit, biodiversiteit of het verdienmodel van boeren. Dat samenbrengen van al die thema’s en het samenbrengen van partijen, dat is nou net een expertise die wij vanuit het Louis Bolk Instituut kunnen meenemen in zo’n proces.’ Ze ziet vier manieren waarop het Louis Bolk Instituut gebiedsprocessen kan ondersteunen. ‘Dat kan liggen op het vlak van ontwerp van het landschap, het samenbrengen van verschillende beleidsthema’s, monitoring in het veld en de uitvoering van maatregelen. Bij dat laatste hoort ook boeren enthousiast krijgen om iets in de bedrijfsvoering te veranderen. De nadruk ligt bij ons op monitoring, we blijven immers een onderzoeksinstituut.’

Taal van de boeren

Maar ook het meekrijgen van de boeren en andere spelers in het gebied is een rol die het instituut vaak op zich neemt. ‘We spreken en verstaan de taal van de boeren en de beleidsmakers’, zegt Hondebrink. ‘Bij een gebiedsproces denken boeren bijvoorbeeld vaak aan een ruilverkaveling en vrezen dat het hele gebied op de schop gaat. Dat is absoluut niet het doel. Het lukt ons goed om boeren uit te leggen dat dat niet het geval is.’

Collega Deru vult aan: ‘Het is ook belangrijk om boeren serieus mee te nemen in alle stappen in een proces. In het veenweidegebied zijn we bijvoorbeeld ook aan het experimenteren met aanbrengen van een kleine hoeveelheid klei op het veen om uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Dat is enerzijds een heel technisch onderzoek naar de rol van enzymen en bacteriën. Maar we kijken ook direct naar wat het voor een boer betekent, wat het doet met de draagkracht van zijn grond en met zijn opbrengst en de voederwaarde van het gewas. Daardoor voelen boeren zich meteen meegenomen en zijn ze bereid mee te denken over het nemen van dat soort maatregelen.’

Voedselvisie

Ook op andere vlakken heeft het Louis Bolk Instituut afgelopen jaren ervaring opgedaan met gebiedsprocessen. Zo wordt er samengewerkt met bureau Witteveen en Bos in de uitvoering van voedselvisie Noord-Holland. De provincie heeft als doel dat in 2030 25% van het voedsel lokaal is geproduceerd en dat meer ingezet wordt op kringlopen en regeneratieve landbouw. ‘Daarbij kiest de provincie een gebiedsgerichte aanpak. Er zijn in verschillende regio’s voedselvisie-cafés georganiseerd’, vertelt Hondebrink. ‘Daaruit komen vragen waar wij onderzoek naar doen of advies over geven.’
Die gebiedsaanpak blijkt aan te slaan bij boer en burger. ‘Je merkt dat mensen zich aangesproken voelen omdat het over hun regio gaat. Als het een nationaal programma is, is het een ver-van-mijn-bed-show. Mensen voelen ineens verbondenheid en hebben het gevoel dat ze gezamenlijk de schouders eronder zetten voor hun eigen landschap en hun eigen bedrijven. Alleen dat pleit al voor een integrale gebiedsaanpak.’ 

Meer informatie

  • Bekijk de profielen van Joachim Deru of Merel Hondebrink voor meer informatie over hun werkzaamheden en/of neem vrijblijvend contact met ze op.